"Vandaag was het zaterdag; dat betekende op z’n minst een halfuur vertellen. Frans had een boek met verhalen meegenomen, en toen het zover was, las hij daar een van voor. Bij de laatste bladzij keek hij telkens op zijn horloge en hij las zo langzaam als hij kon. Toch was het verhaal voor twaalf uur uit. Pas over drie minuten zou de bel gaan... en ja, daar stelden de kinderen de gevreesde vraag.
'Meester, bent u gisteren bij Gr... Gr... geweest?'"
Uit: De Zevensprong